Hete hangijzers op het snijvlak van sociaal en gezond

545 keer bekeken

Op een warme zomerdag kwam een groep Noord-Hollandse wethouders in het Haarlemse stadhuis bijeen om te praten over samenwerking op het snijvlak sociaal-gezond. Het thema is een heet hangijzer zo bleek. Een openhartig gesprek over gezondheidsverschillen levert nogal eens wat ongemak op.

Samenwerken aan gezondheid en welzijn van burgers in het sociaal domein wordt misschien niet direct met een heet hangijzer geassocieerd, zo stelde wethouder Jur Botter tijdens de bijeenkomst op 21 juni. Maar als je je realiseert dat mensen met een lage opleiding gemiddeld 7 jaar minder lang leven dan anderen, moeten we ons wel achter de oren krabben. Toch was hij ook hoopvol: "Vandaag is de dag van de zonnewende en dat kondigt meestal een omslag aan". Hij gaf het woord aan Karien Stronks die als hoogleraar publieke gezondheid (AMC) de wethouders uitvoerig bijpraatte over de laatste stand van zaken in de aanpak van maatschappelijke vraagstukken en gezondheidsproblemen in het sociaal domein.

Sociaal en gezond zijn onlosmakelijk verbonden

Met haar betoog zette Karien Stronks de discussie meteen op scherp: "Mijn boodschap is verre van gemakkelijk. Ik hoef (gelukkig) als wetenschapper alleen maar de wereld te begrijpen; het is aan u om deze te veranderen en een beetje beter te maken". Kern van haar betoog: we leven in een tijd waarin we veelvuldig wijzen op de individuele verantwoordelijkheid voor gezondheid en welzijn. Ook veel onderzoek is daar op gericht. Maar de waarheid is dat sociaal-economische factoren en maatschappelijke omstandigheden  van grote invloed zijn op hoe mensen leven en op welke ziekten het meest voorkomen. Ofwel: "Ongezond gedrag kan je zien als een normale reactie op een abnormale omgeving". Hiermee zette ze het belang van collectieve preventie aan het begin van de bijeenkomst direct hoog op de agenda.

Aan de hand van verschillende voorbeelden liet Stronks de wethouders zien dat moderne ziekten als obesitas, depressie en eenzaamheid de laatste decennia schrikbarend meer voorkomen. Dat tij keren is geen sinecure. Mensen wijzen op wat ze zelf kunnen bijdragen aan hun gezondheid werkt niet als ongezond gedrag de norm is of door de omgeving wordt gestimuleerd. "Over bijna alle ziekten van deze tijd zien we overigens hetzelfde patroon", zegt Stronks, "namelijk dat mensen met een lager opleidingsniveau vaker ziek zijn dan mensen met een hoger opleidingsniveau.  Er zijn maar enkele uitzonderingen. Zo is de kans op borstkanker bij vrouwen met een hoge opleiding juist wat groter, doordat ze op latere leeftijd hun eerste kind krijgen. Ook voor etnische groepen is het beeld overwegend ongunstiger, zeker als het gaat om psychische klachten en depressie en hart- en vaatziekten." Openhartig spreken over dit soort gezondheidsverschillen levert overigens vaak veel ongemak op, zo beaamden ook enkele wethouders.

Op zoek naar de moderne variant van de ‘waterleiding’

Kunnen we maatregelen en interventies bedenken die net zoveel effect hebben op de gezondheid van mensen als de aanleg van de waterleiding en de riolering in de 19de eeuw? Dat is de vraag waar velen zich vandaag de dag mee bezig houden. We kunnen op andere terreinen dan de gezondheidszorg zélf maatregelen treffen die van groot belang zijn voor de sociale, psychische en lichamelijke gezondheid van mensen. Zo is er een sterke relatie tussen gezondheid en opleidingsniveau of inkomen en is het wellicht beter onze inspanning te richten op het aan het werk krijgen van mensen of het dichten van de inkomenskloof. Maar ook dat blijkt niet afdoende. Stronks denkt dat de crux ‘m zit in het realiseren van een mix van maatregelen en interventies die samen met burgers en meerdere maatschappelijke partners en beleidssectoren tegelijkertijd vanuit een integrale aanpak ontwikkeld worden en een duurzaam karakter hebben. Dus én zorgen voor goede basisvoorzieningen voor ontmoeting, én samen met de supermarkt, het buurthuis en de sportclub op de bres tegen armoede en eenzaamheid. Maar dan wel op basis van een goede degelijke analyse van de problematiek vooraf en een goede evaluatie om te weten wat werkt. Helaas komt dat er vaker niet dan wel van.

Weten is nog geen doen

Stronks: ‘Het goede nieuws is dat we langzamerhand steeds beter weten wat werkt. Het slechte nieuws is dat je hier een lange adem voor nodig hebt. Dat korte projecten die zich richten op een enkelvoudig gezondheidsprobleem op de lange termijn vaak weinig effect sorteren weten we eigenlijk wel. Toch vertaalt een dergelijk ‘weten’ zich niet makkelijk in duurzaam en effectief beleid. Stronks verwijst daarbij naar het recente WRR-rapport met de treffende titel  ‘Weten is nog geen doen’. Wat voor beleidsmakers geldt is immers ook van toepassing op burgers (en vice versa). De invloed van kennis wordt makkelijk overschat bij gedragsverandering, stelt Stronks: "Weten dat roken slecht voor je is, is geen garantie voor gedragsverandering. Dat weten we al heel lang. Toch blijft preventiebeleid sterk gericht op informatievoorziening." In de discussie met de wethouders die op haar boeiende presentatie volgde, kwamen tal van dilemma’s aan de orde waar de wethouders in de praktijk tegenaan lopen. Het ging onder meer over de relatie tussen gezondheid en geluk, over objectieve en subjectieve gezondheid, over verschillende belangen, maar ook over de gevaren én kansen van bemoeizorg en de ethische kwesties rondom het inzetten van psychologische beïnvloedingstactieken om mensen te verleiden tot gezond gedrag. Hoe dan ook: voor de wethouders in het sociaal domein ligt er een mooie kans voor het daadwerkelijk bij elkaar brengen van de sectoren sociaal en gezond. Dat dit nodig is staat volgens Stronks buiten kijf.

Stadswandeling langs de hofjes

De middag eindigde met een interessante stadswandeling langs de oude hofjes in Haarlem, onder andere bedoeld voor ‘onbemiddelde ongetrouwde vrouwen’, onder begeleiding van drie stadsgidsen en met toelichting van experts op het terrein van Veilig Opgroeien en bestrijding van kindermishandeling (Janet van Bavel, Kenter Jeugdzorg), opvang kwetsbare burgers met psychische problemen (Helen Passchier, Vereniging voor betere zorg) en innovatieve vormen van wijkzorg (Inge Veenstra, Zorgbalans).  Op deze manier werden de ‘hete hangijzers’ van het verleden en heden aan elkaar verbonden. Wat op deze avond duidelijk werd: Ook anno 2017 is nog een wereld te winnen als het om fysieke, sociale en psychische gezondheid gaat. 


Bekijk de presentatie zoals gehouden door Karien Stronks.

Meer informatie over de volgende wethoudersbijeenkomst.

Dit bericht komt uit onze nieuwsbrief.