Brede basis voor Sociaal werk - Grondslagen, methoden en praktijken

1121 keer bekeken

De transformaties in het sociaal domein doen een ander beroep op sociale professionals dan voorheen. ‘De brede basis voor sociaal werk’ brengt in beeld waarop zij kunnen bouwen in een snel veranderende en veeleisende samenleving, en wat ze kunnen betekenen voor burgers in de knel en de kwaliteit van leven.

De transformaties in het sociaal domein schudden het lokale en professionele landschap fiks op. In het gemeentelijk domein gaat het voortdurend over ‘de kanteling’, Er wordt gezocht naar andere gemeentelijke instrumentaria en een andere rol van gemeenten in het sociaal-maatschappelijk speelveld. Ook de sociale professionals worden nadrukkelijk geconfronteerd met een andere invulling van hun handelingsrepertoire en een andere verhouding tot collega’s in belendende domeinen: Opbouwwerkers moeten zich verhouden tot wijkverpleegkundigen, klantmanagers tot jongerenwerkers, maatschappelijk werkers tot gedragsdeskundigen. Soms in sociale teams, soms in netwerken. En heel vaak wordt hun professie vanuit het beleid of hun organisatie opnieuw gedefinieerd. Dan zijn het opeens ‘generalisten’ of ‘t-shaped professionals’.

In ‘De brede basis voor sociaal werk’ wordt opnieuw gekeken naar wat de ‘eigen waarde’ van sociaal werk in brede zin is.  Sociaal werkers zijn als duizendpoten actief in de samenleving. Ze werken binnen een diversiteit aan organisatorische contexten vanuit een veelheid aan functies. Daarbij werken ze samen met cliënten, professionals, vrijwilligers en mantelzorgers. Bovenal zijn ze er voor de meest uiteenlopende bevolkingsgroepen waarbij ze worden geconfronteerd met allerhande individuele, sociale en maatschappelijke vraagstukken. In deze complexiteit dreigt het zicht op de gemeenschappelijke basis van het beroep verloren te gaan. Dit zicht is echter van groot belang voor het ontwikkelen van een krachtige beroepsidentiteit, voor de herkenbaarheid van de beroepsgroep, en voor het verstevigen van de positie van het beroep in de samenleving.

In het eerste deel van het boek wordt deze basis uitgewerkt langs vier dimensies: wat is nu precies ‘het sociale’ van sociaal werk, welke historische ontwikkelingslijnen en dilemma’s speelden en spelen in de positionering van sociaal werk in het maatschappelijk speelveld, welke elementen zijn er te onderscheiden in de kennisbasis van het sociaal werk en wat impliceert dit alles voor het methodisch (en evidence based) handelen van sociale professionals. Daarbij wordt de brede basis gedefinieerd als het evenwichtig zoeken en handelen op twee dimensies: die van individueel naar collectief enerzijds en die van hulpverleningen ondersteuning naar activering en participatie anderzijds.

Deze brede basis wordt vervolgens uitgewerkt in drie delen, waarin telkens een andere praktische invalshoek wordt gekozen van kwesties waarmee sociale professionals te maken krijgen: werken met individuen en gezinnen, werken met groepen en werken in de samenleving. Daarbij komen kwesties aan de orde als werken met multi-problemgezinnen, armoede en schulden, begeleid wonen, het werken met informele groepen en samenlevingsopbouw ‘nieuwe stijl’.

In het boek wordt kritisch gereflecteerd op de druk die op het sociaal werk en sociale professionals wordt gelegd en op de positie die sociale professionals daarin kunnen nemen, mede op basis van een stevige beroepsidentiteit. ‘De brede basis’ sluit dan ook af met een hoofdstuk onder de titel ‘De verworvenheden en uitdagingen van het sociaal werk in de 21e eeuw’.


Voor wie

Het boek is geschreven voor studenten van hogere sociale studies en sociale professionals.

De auteurs

Het boek staat onder redactie van Marcel Spierts, Ard Sprinkhuizen, Margot Scholte, Marc Hoijtink, Ed de Jonge en Lia van Doorn. De hoofdstukken in de praktijkdelen zijn geschreven door verschillende auteurs met ruime expertise in het sociaal werk en hun vakgebied.


Dit artikel komt uit onze nieuwsbrief.